Naar een luchtiger bewustzijn

Als je iets eet of drinkt, proef je dan goed? Als je muziek luistert, luister je dan echt? Let je weleens op je voeten als je loopt, voel je ze bewust?

Als mijn hoofd vol zit, word ik vaak erg onrustig. Er zijn veel gedachten die in sneltreinvaart door mijn hersens bewegen. Ik voel me heel erg moe. Mijn hoofd voelt branderig en prikkelig. De machine raakt overbelast en oververhit, lijkt het. Ik ben echt overprikkeld op zo’n moment, en dat geeft een naar gevoel. Ik raak er soms wat van in paniek.

Het gebeurt bijna elke dag wel. Hoe komt het? Het is alsof alles wat ik op een dag zie, hoor, denk en ervaar, niet goed verwerkt wordt. Het blijft in mijn hoofd aanwezig, ik laat het niet los. En op een gegeven moment loopt dan de emmer over, en functioneer ik niet meer. Je krijgt als mens op een dag heel wat prikkels te verwerken, zelfs als je veel thuis bent. Je denkt aan wat je nog allemaal moet doen, de telefoon gaat, je moet een e-mail beantwoorden, je hebt een afspraak, je doet boodschappen, je kookt. Er wordt heel wat van je verwacht eigenlijk.

Ik ‘zit’ veel in mijn hoofd. Ik denk veel na over van alles, en soms word ik helemaal in die gedachten meegenomen. Dat kunnen de dagelijkse zaken zijn die ik hierboven beschreef, maar ik pieker ook regelmatig en analyseer veel in mijn hoofd. Soms kan dat analyseren wel positief zijn, als het bijvoorbeeld een studieonderwerp betreft. Als er irrationele angst of dwang om de hoek komt, is het niet positief, maar een pure verspilling van energie. Het levert namelijk niets op en geeft alleen spanning.

De laatste tijd lukt het me redelijk hiermee om te gaan. Als mijn hoofd weer eens overloopt, ga ik opschrijven wat ik allemaal denk. Vervolgens ga ik mediteren. Ik let op mijn ademhaling en kom meer in contact met mijn lichaam. Ik voel waar mijn spieren gespannen zijn en kan ze bewust ontspannen. Als mijn aandacht afdwaalt, let ik weer op mijn ademhaling. Mijn lichaam wordt meer ontspannen, en hierdoor ook mijn geest. Het tempo van mijn gedachten neemt af. Ik krijg weer wat ruimte in mijn hoofd.

Steeds vaker heb ik dit contact met m’n lichaam, ook als ik niet mediteer. Ik ben me bewuster van wat ik zintuiglijk ervaar, op een fijne manier. Ik voel dan ook wat ik beter niet kan doen op een moment dat ik al lichtelijk overprikkeld ben. Vroeger was ik dan gewoon doorgegaan en had me niet veel aangetrokken van kleine signalen van mijn lichaam. Gelukkig merk ik ze de laatste tijd beter op. Dit draagt echt bij aan mijn kwaliteit van leven, omdat ik minder over mijn grenzen ga. Toch raak ik dus bijna elke dag nog wel in meer of mindere mate overprikkeld. Ik denk dat dit komt doordat het bij mij sneller gebeurt dan bij de meeste anderen. En soms word ik ’s ochtends al overprikkeld wakker. Of de overprikkeling helemaal te voorkomen is, weet ik niet.

Tijdens het proces van de laatste jaren, waarin ik steeds milder word voor mezelf, bedacht ik een zin die me nog steeds soms helpt:

Ik mag denken wat ik denk en voelen wat ik voel

Vroeger was ik me niet eens bewust van hoe hard ik eigenlijk voor mezelf was. Nu wel, en het is heerlijk om wat ‘lucht in mijn bewustzijn’ toe te laten.

Advertenties

Moedige mol

Deze week had een aantal ingrediënten, waarvan ik er een paar noem: regen, een mondeling tentamen in de vorm van een groepsgesprek, een angstige ik, zweten, blozen, een vechtende ik, filosofie, praten, verbondenheid, lachen, een negen, zonneschijn.

Ik kan mijn gevoelens verwoorden in een waarheidsgetrouw verhaal; ik kan het ook doen in metaforen, waar jullie misschien en hopelijk iets van herkennen.

 

Moedige mol

Vanuit de aarde spreek ik niet
Het hol van een
wezen met vurende neuronen

Ben ik daar?
Ik wil er niet zijn
Ik ben er niet

Zij of ik zag een streepje van het licht
Zij of ik opende de ogen

Zij wilde naar boven
Ik durfde nog niet
Ik bleef wankelend staan
En liet me weer vallen
Aarde kent geen angst

Zij had meer licht ervaren
Eerder al
En zij had onthouden, ik was vergeten
Spijt was van mij, zij had gevierd

Ze trok me, duwde me,
Sloeg zachtjes op mijn schouder
Tot mijn hoofd mijn benen droeg
en ik mijn stem liet horen

Zij redde me.
Wij dansen samen.

1001004011542776_5

Bron afbeelding: ‘Een lied voor de maan’ – Toon Tellegen

Het zoeken naar balans

Kampioen worden met mijn competitieteam van tennis. Een mooi optreden geven met mijn koor in een theater. Naar een barbecue gaan waar ik weinig mensen ken. Uit een grote dip klimmen. Nieuwe mensen leren kennen. Plezier hebben in de colleges van mijn studie. Het lijkt allemaal te mooi om waar te zijn. Toch zijn het geen dromen, maar dingen die de afgelopen tijd echt gebeurd zijn. Met als gevolg een trots en voldaan gevoel. Aan de andere zijde van de medaille is de energie op, is het allemaal even teveel. Ga ik door met mijn zegetocht of neem ik rust?

Het is zo: hoe meer je je angsten overwint, hoe beter het gaat. Ik heb lange tijd gedacht dat de sociale angst aan zou houden, nooit zou verdwijnen. Omdat het elke keer weer vechten was. Tegen de bierkaai, zo leek het. Als ik dingen deed, gingen ze vaak wel goed, maar elke keer weer was er de angst van tevoren. Het eindeloos ertegenop zien, uiteindelijk toch gaan, en achteraf lang piekeren. Nu denk ik er anders over. Het werkt echt. Mijn angst neemt af naarmate ik meer succesvolle ervaringen heb. De angst is niet helemaal weg, maar heeft een vriendschappelijker karakter, en telkens overwint het willen doen van dingen met meer gemak. Eindelijk heb ik het geloof: ik kan mijn sociale angst overwinnen! Het is een gevecht, maar dan heb je ook wat!

Het liefst ga ik nu door. Tot ik de angst helemaal uitgezwaaid heb. In mijn ogen bereik ik dat door dingen te blijven doen, mensen te blijven zien. Angst neemt meestal weer toe als ik veel thuis zit. Alleen is er één bezwaar: het lukt me op het moment niet. Door mijn chronische vermoeidheid is de koek echt even op. Mijn lichaam geeft aan alle kanten aan dat ik rust nodig heb en kalm aan moet doen. Een kleine teleurstelling waardoor mijn piekeren wat aanzwelt: hoe ga ik hiermee om?

Vroeger was ik vaak bang voor terugslag. Als het even wat beter ging, kwam er pijlsnel ook angst opzetten: wat als ik weer terugval en het slechter gaat? Het ging met vallen en opstaan, ik leek er geen controle over te hebben. Tegenwoordig is mijn gevoel hierin veranderd. Ik weet nu dat er slechte dagen zijn, en dat die er waarschijnlijk altijd blijven zijn. Maar ik weet ook dat ik sterk genoeg ben om daar weer uit te klimmen. Een dip is niet meer het einde van de wereld.

Iedereen heeft op z’n tijd rust nodig. Misschien mensen zoals wij, die te maken hebben met psychische klachten, net wat meer. Het kost veel energie om met angsten of dwang om te gaan. Om het te leren beheersen. Ik denk dat we onszelf die rust ook moeten gunnen en goed moeten letten op onszelf. Dat we onszelf als het ware bij de hand nemen en begeleiden in ons leven, op het pad dat we gaan. Af en toe onszelf een duwtje in de rug geven, en af en toe overtuigen om het bankje langs de weg te gebruiken om even lekker te gaan zitten. Ik geloof dat ik nu van zo’n bankje gebruik ga maken, om daarna weer verder te kunnen. Ik ga even genieten van het pad dat achter me ligt en straks weer vol goede moed verder wandelen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Je bent goed zoals je bent

Ik heb weleens eerder geschreven over de kritische ‘stem’ in mijzelf. Ik ben niet snel tevreden met hoe ik dingen doe. Vooral in sociale interacties laat de kritische kant van zich horen. Ik kan lang piekeren over hoe ik iets gezegd of gedaan heb. Ik leg op alle slakken zout, als het ware. Ik zie overal apen en beren op de weg. En zo is er nog wel een aantal spreekwoorden dat goed weergeeft hoe het is.

De laatste tijd leg ik mijn woorden weer vaak op een weegschaaltje. In plaats van vrijuit te kunnen spreken, is er altijd die zelfkritiek die me gevangen houdt in mijn hoofd, waarbij ik als het ware dwangmatig situaties analyseer en bovenmatig streng ben voor mezelf. Dat ik streng ben voor mezelf, weet ik doordat anderen dat tegen me zeggen. Ik ben het pas gaan beseffen in therapie. Vroeger was ik me niet eens echt bewust van de zelfkritiek. Diezelfde therapie heeft ervoor gezorgd dat ik mezelf meer ben gaan liefhebben.

De afgelopen jaren ben ik steeds meer gaan zien dat ik goed ben zoals ik ben. Dat er niet altijd dingen anders hoeven. Dat iedereen fouten maakt. Dat iedereen weleens dingen zegt of doet die niet helemaal handig zijn. Dat maakt me mens. Ik schrijf het nu heel overtuigend op, maar het is hard werken geweest. En regelmatig val ik weer even terug in de ‘vertrouwde’ zelfkritiek.

Het is zo fijn als je kunt voelen dat je goed genoeg bent. Dat je vrede met jezelf hebt, dat je jezelf accepteert in al je facetten. Ik merk dat het steeds beter gaat. Hier helpt mindfulness en mijn studie filosofie ook bij. Op mijn opleiding accepteren de mensen me zoals ik ben, en ik durf steeds vaker dingen te zeggen in het college. Al doe ik dit trillend en met een rood hoofd; ik doe het toch.

Op naar vrijheid in mijn denken, op naar de veiligheid van mijn eigen goedkeuring. Er zijn heel wat bergen die ik op moet, maar de uitzichten zijn zo mooi. De uitzichten zijn het waard. Ook al glijd ik af en toe weer even terug, ik klim door hoor.

 

1450949_341957705995645_3446149811162095495_n

 

Een moeilijke periode overwinnen

Soms vind ik het moeilijk om met mijn emoties om te gaan. Ze kunnen zo heftig zijn dat ik mezelf dan niet goed begrijp en me overspoeld voel. Soms weet ik niet eens goed waarom ik iets voel. Als ik een tijdje nadenk kom ik daar vaak wel achter. Maar de emoties zijn lastig te hanteren.

Het gaat al wel beter dan vroeger, ik krijg steeds meer inzicht, maar sommige periodes zijn lastiger dan andere. De laatste paar weken waren erg schommelend. Dat kwam doordat ik veel dingen aan mijn hoofd had. Daardoor voelde ik me vaak onrustig.

Een paar dingen hebben ervoor gezorgd dat ik me nu weer wat beter voel. Ongeveer een week geleden voelde ik me op een dag heel erg somber en moe. Tegelijkertijd voelde ik me gespannen. Ik probeerde afleiding te zoeken, maar ik voelde me eigenlijk alleen maar slechter. Ik ben even op bed gaan liggen. Met mijn hoofd onder de dekens was ik alleen met mijn eigen gedachten. Ik liet al mijn gedachten toe en kwam er toen achter dat ik eigenlijk een hoop verdriet voelde, omdat ik iemand mis. Ik voelde tranen opkomen en liet ze gaan. Daardoor ontspande ik wat en kwam ik tot de kern van mijn voelen. Ik stond weer op en merkte dat ik veel minder moe was en me veel opgewekter voelde.

Een andere dag afgelopen week was ik zo onrustig dat ik bijna niet stil kon zitten en dat ik de neiging had om te gaan schreeuwen. Ik zou die avond gaan zingen in mijn koor, maar moest nog wat tijd overbruggen. Ik had het gevoel dat ik gek werd in mijn hoofd, ik bonkte als het ware tegen de muren van mijn schedel. Ik zag tegen koor op. Rennen is in zo’n geval bijna altijd helpend, maar ik had wat last van mijn voet. Mijn kat was op dat moment klaar met haar middagslaapje, en kwam duf en zich uitstrekkend op mij toe gelopen. Mijn gedachten raceten door mijn hoofd, maar mijn kat keek me met toegeknepen oogjes aan en was op haar gemak. Ze begon mij kopjes te geven en mijn hand te likken. Even later lag ze spinnend op mijn schoot en genoot van de aandacht die ik haar gaf. Het leek wel een soort wonder, want ik werd er helemaal rustig van. Mijn lichaam werd rustig, mijn gedachten werden rustig. Ik kon die avond naar koor en heb heerlijk gezongen.

De volgende dag hadden we met het koor een groot optreden in een theater. Omdat ik de laatste weken niet goed in mijn vel zat, had ik vaak doemscenario’s voor me gezien, waarbij ik in plaats van te stralen op het podium in mijn bed lag te somberen. Toch had ik afgelopen week hard geoefend. Heel veel zin hebben in het optreden won het van de doemscenario’s en zo stond ik, na een lastige periode, gisteren te genieten van een mooi concert dat we met elkaar hebben neergezet!

Omgaan met angst

De laatste dagen ben ik angstig. Ik voel me ook erg gespannen. Het is belangrijk om weer te bedenken wat goed is om te doen in zo’n situatie. Ik hoop dat ik hier ook anderen mee help.

  • Sporten geeft me afleiding en ik kan er wat spanning in kwijt. Ook maak je als je een tijdje sport endorfine aan, een stofje in de hersenen waar je je beter door gaat voelen.
  • Mindfulness helpt ontspannen. Doordat ik me focus op mijn ademhaling en gedachten laat zijn zoals ze zijn, kom ik een beetje uit mijn hoofd en helpt het om de situatie en mezelf te accepteren. Ik leef meer in het nu, in plaats van bang te zijn voor de toekomst of me zorgen te maken over wat geweest is.
  • Vrolijke of mooie muziek luisteren geeft een goed gevoel.
  • Structuur aanbrengen in mijn dagen helpt. Als ik weet wat ik ga doen geeft dat een stuk duidelijkheid en minder gelegenheid om te piekeren en bang te zijn.
  • Sociale contacten. Het is goed om elke dag wel contact met iemand te hebben. Als ik te weinig mensen spreek, blijf ik teveel in mijn gedachten zitten. Even iemand zien geeft afleiding en kan ook steunend en leuk zijn. Ik let ook op mijn grenzen en neem op tijd weer rust om bij te komen.
  • Naar mensen toe van wie ik hou, geeft een geborgen gevoel.
  • Een mooi boek lezen helpt om mijn gedachten te verzetten.
  • Tv-programma’s kijken die ik leuk vind, geeft afleiding en plezier.
  • Ik probeer mijn kamer netjes en schoon te houden. Een schone en opgeruimde omgeving zorgt voor ruimte in mijn hoofd.
  • Lief voor mezelf zijn. Ik heb de neiging om streng voor mezelf te zijn. Dit geeft spanning. Als ik milder ben en mezelf volledig accepteer zoals ik ben, geeft dat ontspanning en rust.
  • Praten met mensen die ik goed ken, kan erg opluchten. Een ander bekijkt dingen altijd weer van een andere kant.
  • Schrijven helpt om mijn gedachten te ordenen. Als ik kan uiten waar ik angstig door ben, lucht dat een beetje op.
  • Lekker naar buiten. Wandelen of fietsen in de frisse buitenlucht geeft wat energie.

De paprika, de piekeraar en de kat

Daar sta ik dan met een mes in mijn hand. Om de paprika’s te snijden, begrijp me niet verkeerd. Jaren geleden had ik nog weleens last van angstwekkende beelden in mijn hoofd, die een agressieve versie van mijzelf weergaven. In gedachten deed ik dingen die ik helemaal niet wilde doen. Nare angsten waren dat, die me helemaal in hun greep konden houden. Inmiddels is het besef tot mij doorgedrongen dat ik bij het meest vredelievende gedeelte van de bevolking hoor, en dat de agressieve gedachten een product waren van de dwangstoornis die ik had. Dat dat niets zei over mij als persoon.

De beelden zijn grotendeels verdwenen, maar waarom loop ik zo vaak vast? Ik sta hier in de keuken en beweeg heen en weer. Dan weer naar links, dan weer naar rechts, van het ene been op het andere. Ik maak er ook geluiden bij, een soort hummend gezoem. Ik lijk van een afstandje naar mezelf te kijken en niet in staat te zijn om het mes in de paprika te zetten en deze in stukjes te snijden.

Mijn hoofd leidt een eigen leven. Al hummend en schommelend raak ik steeds meer in een soort paniekerige afwezigheid. Ergens voelt die prettig, ofschoon ik me ook heel angstig voel. Het hummen en schommelen geeft me wat rust. Het is mijn manier om met de chaos die er nu in mijn hoofd is om te gaan.

Ik zit met mijn hoofd bij een gesprek dat ik vandaag voerde. Ik heb iets gezegd dat ik niet had willen zeggen. Dat ik anders had willen zeggen. Ik kan aan niets anders meer denken. Ik analyseer van alle kanten wat er gezegd en wat er niet gezegd is. Alsof ik een wiskundig raadsel op moet lossen, alleen heeft dit raadsel geen uitkomst.

Wat denkt die ander nu van mij? Hoe kwam ik over? Begrijpt ze mij wel goed? Ze heeft vast een verkeerd beeld van mij. Ik ben zo verstrengeld met mijn gedachten dat ik er niet los van kom. Ik sta hier al tien minuten op dezelfde manier, zonder iets te doen. Dit moet er hoogst merkwaardig uitzien. Gelukkig is alleen mijn kat getuige van mijn gedrag. Ze kijkt me aan en het is alsof ze denkt: wat máák jij het jezelf weer moeilijk… Intussen probeer ik mezelf ervan te overtuigen dat het niets is, dat het niet erg is hoe het gesprek gelopen is. Het lukt niet, mijn hoofd blijft zeuren en focussen op het negatieve. Ik geef mijn kat een aai over haar bol en ze strekt zich al spinnend uit. Dan denk ik: oké, ik zit hiermee, maar niemand doet alles helemaal goed. Iedereen heeft weleens ergens spijt van. Dat is menselijk. Ik kan er nog op terugkomen. Ik voel ineens hoe verkrampt ik erbij sta. Ik let op mijn ademhaling, in en uit, in en uit, en word rustiger. Even later liggen de paprikastukjes tussen de andere ingrediënten in de pan te pruttelen.