Tel je zegeningen

Ik heb lieve familie en goede vrienden. Ik heb een lieve kat. Ik woon in een huis. Ik heb een bed om in te slapen. Ik heb eten, ik heb drinken. Ik heb boeken, cd’s, een computer, een tv. Ik heb kleren, stoelen, kasten, een wc, een douche en keuken. Ik kan sporten, ik kan zingen, ik heb een fiets en zelfs een auto. Ik heb mensen die om mij geven.

Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Vaak kijken we naar wat we niet hebben, of naar wat er niet goed gaat. Ik ben zo vaak moe, ik voel me niet goed, ik ben bang, ik ben verdrietig. Dat is ook heel naar natuurlijk. Ik wil mijn ongemakken en die van anderen niet bagatelliseren. Ik ben zelf door depressies gegaan, angsten, dwang, pijn. Ik weet wat het is om je zo rot te voelen dat je eigenlijk wilt dat alles ophoudt.

Misschien voel je je vaak heel alleen of word je gepest. Misschien denk je: ik heb helemaal geen vrienden. Misschien voelt het alsof niemand om je geeft. Je denkt dan niet aan wat je hebt. Je voelt alleen de pijn. Het leven kan zó moeilijk zijn.

En juist op die momenten, als je het gevoel hebt dat alles tegenzit, is het goed om stil te staan bij wat je wél hebt. Misschien kun je wel genieten van de natuur, van de bladeren aan de bomen die langzaamaan hun herfstkleuren veroveren. Van de zon die nu zo’n milde warmte geeft. Van de kastanjes in het bos. Van je bed waarin je ’s avonds lekker onder de dekens kunt kruipen, warm en geborgen. Van een mooi boek lezen. Van een lekker kopje thee.

Als ik me heel somber voel of heel erg bang ben, bedenk ik altijd een paar dingen. Simpele zinnetjes die mij troost geven: ik heb een huis, ik heb een bed. Zo vanzelfsprekend is dat niet! Vaak denken we er niet aan. Maar als we ons kunnen realiseren wat er is, wat we hebben en wat altijd zal blijven, breekt het licht voorzichtig door. Hoe donker het ook kan zijn.

Zomerdag

Mijn hoofd voelt zwaar, alsof mijn hersenen recentelijk ommuurd zijn door betonnen wanden. Gedachten blijven erin rondgaan, als korreltjes in een sambabal. Gevangen lege zinnen in een lichaam dat niet vooruit te branden is.

Dit is de situatie van vandaag. En ook wel van eerdere dagen, maar laten we het verdere verleden even buiten beschouwing laten. De zon scheen vandaag, vrij uitbundig. De mensen die ik heb gezien waren ook redelijk uitbundig. Ikzelf was verre van uitbundig. Eerder inbundig, als dat een woord is.

Mijn pogingen om iets te doen strandden de eerste helft van de dag, en in plaats van te genieten van de zon verzandde ik in sloom gehang. Niets kon me echt boeien. Ik ben alleen geweest vandaag en op dit soort wat-heeft-het-allemaal-voor-zin-dagen vind ik het moeilijk om een contact aan te gaan.

Toch vroeg ik een vriendin voor een kopje thee, maar helaas kon ze niet. Toen ik even met mijn broer chatte, verscheen er een lichtpuntje in mijn tot dan toe donkere hoofd, maar helaas doofde dit ook snel weer uit.

Enige bewegingsdrang zorgde ervoor dat ik vanmiddag naar buiten ging en met muziek in mijn oren een wandeling maakte. Ik besloot al lopend een flinke ronde aan te gaan, onder het motto: een kleine uitdaging volbrengen geeft een goed gevoel. Zonder water of eten op zak wandelde ik een kilometer of zes. Het begin deed me goed, maar bij nader inzien had ik toch wat water mee moeten nemen op deze zomerdag.

Enigszins uitgeblust kwam ik thuis waar ik wat at en dronk. Moe ben ik op bed gaan liggen en zette een mooie cd op. Mijn gedachten waren wel degelijk wat lichter geworden, merkte ik nu. Toch goed: beweging.

Helaas duurde deze opleving ook weer niet lang. Het lijkt een beetje of de zon de laatste dagen al het stromende in mij opdroogt. Ik klaag niet graag, ik klaag ook nooit over het weer eigenlijk, maar afgelopen week merkte ik dat ik toch niet goed tegen de warmte kon.

Nu is het avond, nu zit ik in mijn kamer te schrijven, een sprankeltje vrolijker dan toen ik zo-even begon. Morgen is er weer een dag, een dag met nieuwe kansen. Maar ook vandaag is nog niet voorbij. Ik geloof dat ik nu maar gezellige lampjes aan ga doen, een kopje thee ga zetten en nog een mooi muziekje luister. Omdat dat kan, en daar ben ik echt wel dankbaar voor.

Zorgen om iets dierbaars

Schrijven helpt vaak om spanning te reduceren. Als je de dingen waar je over nadenkt op papier zet, zijn ze (voor een deel) uit je hoofd. Papier, al dan niet digitaal, is een soort gesprekspartner die je een spiegel voorhoudt. Een gesprekspartner die alles in zich opneemt en niet oordeelt. Het kan heel fijn zijn om ongelimiteerd je gedachten te uiten. Het papier luistert wel.

De reden dat ik nu schrijf, is dat ik veel spanning en angst voel en me zorgen maak. Lastige gevoelens dus. De bron hiervan is mijn lieve kat, die weleens eerder in mijn blogs voorgekomen is. Ze heeft iets aan haar pootje en moet misschien geopereerd worden. De afgelopen week was een stressvolle week, zowel voor haar als voor mij. Twee keer naar de dierenarts. Mijn kat was zeer angstig. Ik vanbinnen ook. Ik probeerde rustig te blijven – voor haar – maar vanbinnen stormde het.

Ik vind het zo naar om haar te zien lijden. Ik wil het beste voor haar en houd ontzettend veel van haar. Ze is mijn huisgenoot en beste kameraadje. Een huisdier is toch een soort kind van je, voor wie je goed wilt zorgen. Ik begrijp daardoor ook dat ouders soms heel bezorgd over hun kinderen kunnen zijn.

Alles wat er gebeurde afgelopen week zorgde dus voor veel spanning, en ook soms chaos in mijn hoofd. Wat er precies aan de hand was, was eerst niet duidelijk, en nu ook nog niet helemaal. Ik kan altijd moeilijk leven met onduidelijkheid. Ik wil precies weten waar ik aan toe ben. Na het eerste dierenartsbezoek knakte er iets in me. Ineens kwam er ook een hoop spanning van andere dingen van de laatste tijd uit. Emoties kwamen omhoog en ik zag het even niet meer zitten. Mijn kat hinkte door de kamer, een naar gezicht. Gelukkig kwam mijn woonbegeleidster die middag langs. We hebben het één en ander gestructureerd met een soort schema en een tijdje gepraat. Me uiten bij iemand die ik vertrouw helpt ook om de spanning te reduceren. Met het schema had ik duidelijk hoe ik voor mijn kat moest zorgen. Meer kón ik ook niet. Dat gaf wat rust. Na het gesprek was ik een ander mens.

Toch spoken de zorgen door mijn hoofd. De angst voor haar lijden is er, en daaronder ligt nog een angst: de angst om haar te verliezen. Ook al weet ik dat dit geen rationeel en gegrond gevoel is, want het is nog een jonge kat. Ze komt hier echt wel weer overheen, desnoods dus door middel van een operatie. Maar toch… de angst is er. Ik ben steeds bezig met of het wel goed met haar gaat. Ook hier is het – zoals met zoveel dingen – weer belangrijk om niet te streng voor mezelf te zijn. Mijn begeleidster zei het ook al. Ik kan me steeds afvragen of ik het goed doe, maar ik doe wat ik kan. En wat ik kan is genoeg. Hopelijk wordt mijn kameraadje snel weer beter.

CAM00265

Naar een luchtiger bewustzijn

Als je iets eet of drinkt, proef je dan goed? Als je muziek luistert, luister je dan echt? Let je weleens op je voeten als je loopt, voel je ze bewust?

Als mijn hoofd vol zit, word ik vaak erg onrustig. Er zijn veel gedachten die in sneltreinvaart door mijn hersens bewegen. Ik voel me heel erg moe. Mijn hoofd voelt branderig en prikkelig. De machine raakt overbelast en oververhit, lijkt het. Ik ben echt overprikkeld op zo’n moment, en dat geeft een naar gevoel. Ik raak er soms wat van in paniek.

Het gebeurt bijna elke dag wel. Hoe komt het? Het is alsof alles wat ik op een dag zie, hoor, denk en ervaar, niet goed verwerkt wordt. Het blijft in mijn hoofd aanwezig, ik laat het niet los. En op een gegeven moment loopt dan de emmer over, en functioneer ik niet meer. Je krijgt als mens op een dag heel wat prikkels te verwerken, zelfs als je veel thuis bent. Je denkt aan wat je nog allemaal moet doen, de telefoon gaat, je moet een e-mail beantwoorden, je hebt een afspraak, je doet boodschappen, je kookt. Er wordt heel wat van je verwacht eigenlijk.

Ik ‘zit’ veel in mijn hoofd. Ik denk veel na over van alles, en soms word ik helemaal in die gedachten meegenomen. Dat kunnen de dagelijkse zaken zijn die ik hierboven beschreef, maar ik pieker ook regelmatig en analyseer veel in mijn hoofd. Soms kan dat analyseren wel positief zijn, als het bijvoorbeeld een studieonderwerp betreft. Als er irrationele angst of dwang om de hoek komt, is het niet positief, maar een pure verspilling van energie. Het levert namelijk niets op en geeft alleen spanning.

De laatste tijd lukt het me redelijk hiermee om te gaan. Als mijn hoofd weer eens overloopt, ga ik opschrijven wat ik allemaal denk. Vervolgens ga ik mediteren. Ik let op mijn ademhaling en kom meer in contact met mijn lichaam. Ik voel waar mijn spieren gespannen zijn en kan ze bewust ontspannen. Als mijn aandacht afdwaalt, let ik weer op mijn ademhaling. Mijn lichaam wordt meer ontspannen, en hierdoor ook mijn geest. Het tempo van mijn gedachten neemt af. Ik krijg weer wat ruimte in mijn hoofd.

Steeds vaker heb ik dit contact met m’n lichaam, ook als ik niet mediteer. Ik ben me bewuster van wat ik zintuiglijk ervaar, op een fijne manier. Ik voel dan ook wat ik beter niet kan doen op een moment dat ik al lichtelijk overprikkeld ben. Vroeger was ik dan gewoon doorgegaan en had me niet veel aangetrokken van kleine signalen van mijn lichaam. Gelukkig merk ik ze de laatste tijd beter op. Dit draagt echt bij aan mijn kwaliteit van leven, omdat ik minder over mijn grenzen ga. Toch raak ik dus bijna elke dag nog wel in meer of mindere mate overprikkeld. Ik denk dat dit komt doordat het bij mij sneller gebeurt dan bij de meeste anderen. En soms word ik ’s ochtends al overprikkeld wakker. Of de overprikkeling helemaal te voorkomen is, weet ik niet.

Tijdens het proces van de laatste jaren, waarin ik steeds milder word voor mezelf, bedacht ik een zin die me nog steeds soms helpt:

Ik mag denken wat ik denk en voelen wat ik voel

Vroeger was ik me niet eens bewust van hoe hard ik eigenlijk voor mezelf was. Nu wel, en het is heerlijk om wat ‘lucht in mijn bewustzijn’ toe te laten.

Moedige mol

Deze week had een aantal ingrediënten, waarvan ik er een paar noem: regen, een mondeling tentamen in de vorm van een groepsgesprek, een angstige ik, zweten, blozen, een vechtende ik, filosofie, praten, verbondenheid, lachen, een negen, zonneschijn.

Ik kan mijn gevoelens verwoorden in een waarheidsgetrouw verhaal; ik kan het ook doen in metaforen, waar jullie misschien en hopelijk iets van herkennen.

 

Moedige mol

Vanuit de aarde spreek ik niet
Het hol van een
wezen met vurende neuronen

Ben ik daar?
Ik wil er niet zijn
Ik ben er niet

Zij of ik zag een streepje van het licht
Zij of ik opende de ogen

Zij wilde naar boven
Ik durfde nog niet
Ik bleef wankelend staan
En liet me weer vallen
Aarde kent geen angst

Zij had meer licht ervaren
Eerder al
En zij had onthouden, ik was vergeten
Spijt was van mij, zij had gevierd

Ze trok me, duwde me,
Sloeg zachtjes op mijn schouder
Tot mijn hoofd mijn benen droeg
en ik mijn stem liet horen

Zij redde me.
Wij dansen samen.

1001004011542776_5

Bron afbeelding: ‘Een lied voor de maan’ – Toon Tellegen

Het zoeken naar balans

Kampioen worden met mijn competitieteam van tennis. Een mooi optreden geven met mijn koor in een theater. Naar een barbecue gaan waar ik weinig mensen ken. Uit een grote dip klimmen. Nieuwe mensen leren kennen. Plezier hebben in de colleges van mijn studie. Het lijkt allemaal te mooi om waar te zijn. Toch zijn het geen dromen, maar dingen die de afgelopen tijd echt gebeurd zijn. Met als gevolg een trots en voldaan gevoel. Aan de andere zijde van de medaille is de energie op, is het allemaal even teveel. Ga ik door met mijn zegetocht of neem ik rust?

Het is zo: hoe meer je je angsten overwint, hoe beter het gaat. Ik heb lange tijd gedacht dat de sociale angst aan zou houden, nooit zou verdwijnen. Omdat het elke keer weer vechten was. Tegen de bierkaai, zo leek het. Als ik dingen deed, gingen ze vaak wel goed, maar elke keer weer was er de angst van tevoren. Het eindeloos ertegenop zien, uiteindelijk toch gaan, en achteraf lang piekeren. Nu denk ik er anders over. Het werkt echt. Mijn angst neemt af naarmate ik meer succesvolle ervaringen heb. De angst is niet helemaal weg, maar heeft een vriendschappelijker karakter, en telkens overwint het willen doen van dingen met meer gemak. Eindelijk heb ik het geloof: ik kan mijn sociale angst overwinnen! Het is een gevecht, maar dan heb je ook wat!

Het liefst ga ik nu door. Tot ik de angst helemaal uitgezwaaid heb. In mijn ogen bereik ik dat door dingen te blijven doen, mensen te blijven zien. Angst neemt meestal weer toe als ik veel thuis zit. Alleen is er één bezwaar: het lukt me op het moment niet. Door mijn chronische vermoeidheid is de koek echt even op. Mijn lichaam geeft aan alle kanten aan dat ik rust nodig heb en kalm aan moet doen. Een kleine teleurstelling waardoor mijn piekeren wat aanzwelt: hoe ga ik hiermee om?

Vroeger was ik vaak bang voor terugslag. Als het even wat beter ging, kwam er pijlsnel ook angst opzetten: wat als ik weer terugval en het slechter gaat? Het ging met vallen en opstaan, ik leek er geen controle over te hebben. Tegenwoordig is mijn gevoel hierin veranderd. Ik weet nu dat er slechte dagen zijn, en dat die er waarschijnlijk altijd blijven zijn. Maar ik weet ook dat ik sterk genoeg ben om daar weer uit te klimmen. Een dip is niet meer het einde van de wereld.

Iedereen heeft op z’n tijd rust nodig. Misschien mensen zoals wij, die te maken hebben met psychische klachten, net wat meer. Het kost veel energie om met angsten of dwang om te gaan. Om het te leren beheersen. Ik denk dat we onszelf die rust ook moeten gunnen en goed moeten letten op onszelf. Dat we onszelf als het ware bij de hand nemen en begeleiden in ons leven, op het pad dat we gaan. Af en toe onszelf een duwtje in de rug geven, en af en toe overtuigen om het bankje langs de weg te gebruiken om even lekker te gaan zitten. Ik geloof dat ik nu van zo’n bankje gebruik ga maken, om daarna weer verder te kunnen. Ik ga even genieten van het pad dat achter me ligt en straks weer vol goede moed verder wandelen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Je bent goed zoals je bent

Ik heb weleens eerder geschreven over de kritische ‘stem’ in mijzelf. Ik ben niet snel tevreden met hoe ik dingen doe. Vooral in sociale interacties laat de kritische kant van zich horen. Ik kan lang piekeren over hoe ik iets gezegd of gedaan heb. Ik leg op alle slakken zout, als het ware. Ik zie overal apen en beren op de weg. En zo is er nog wel een aantal spreekwoorden dat goed weergeeft hoe het is.

De laatste tijd leg ik mijn woorden weer vaak op een weegschaaltje. In plaats van vrijuit te kunnen spreken, is er altijd die zelfkritiek die me gevangen houdt in mijn hoofd, waarbij ik als het ware dwangmatig situaties analyseer en bovenmatig streng ben voor mezelf. Dat ik streng ben voor mezelf, weet ik doordat anderen dat tegen me zeggen. Ik ben het pas gaan beseffen in therapie. Vroeger was ik me niet eens echt bewust van de zelfkritiek. Diezelfde therapie heeft ervoor gezorgd dat ik mezelf meer ben gaan liefhebben.

De afgelopen jaren ben ik steeds meer gaan zien dat ik goed ben zoals ik ben. Dat er niet altijd dingen anders hoeven. Dat iedereen fouten maakt. Dat iedereen weleens dingen zegt of doet die niet helemaal handig zijn. Dat maakt me mens. Ik schrijf het nu heel overtuigend op, maar het is hard werken geweest. En regelmatig val ik weer even terug in de ‘vertrouwde’ zelfkritiek.

Het is zo fijn als je kunt voelen dat je goed genoeg bent. Dat je vrede met jezelf hebt, dat je jezelf accepteert in al je facetten. Ik merk dat het steeds beter gaat. Hier helpt mindfulness en mijn studie filosofie ook bij. Op mijn opleiding accepteren de mensen me zoals ik ben, en ik durf steeds vaker dingen te zeggen in het college. Al doe ik dit trillend en met een rood hoofd; ik doe het toch.

Op naar vrijheid in mijn denken, op naar de veiligheid van mijn eigen goedkeuring. Er zijn heel wat bergen die ik op moet, maar de uitzichten zijn zo mooi. De uitzichten zijn het waard. Ook al glijd ik af en toe weer even terug, ik klim door hoor.

 

1450949_341957705995645_3446149811162095495_n