Op andere gedachten

De koude wind sneed langs mijn wangen. Mijn vingers voelden bevroren aan en uit mijn mond kwam witte adem. Het landschap gleed aan mij voorbij. Mijn hoofd was koud en mijn gedachten leken bevroren. Mijn gevoel was even verdoofd.

Ik fietste naar huis vanaf de instelling waar ik sinds kort kom voor therapie. Eenmaal thuis begon het malen. Ik liep heen en weer door mijn kamer en kon niet goed gaan zitten. Mijn gedachten focusten zich volledig op het gesprek dat ik gehad had. Ik beleefde alles nog eens, en weer. Ik bedacht iets dat ik niet gezegd had, en mijn gedachten klampten zich daaraan vast. Ik zette de tv aan voor een tenniswedstrijd. Mijn ogen volgden de bal, maar mijn gedachten waren nog steeds bij het gesprek.

Onrust volgde. Om wat er gezegd was, om wat er niet gezegd was. Het waren geen schokkende dingen, maar ’t ging over mij. Tranen stroomden over mijn wangen. Bij het minste of geringste was ik van slag. Ik wankelde en had het koud. Het leek wel of ik mij door dat gesprek alleen maar slechter voelde.

Ik besloot er even uit te gaan, een paar boodschappen te doen. De koude lucht omhelsde mijn hoofd weer. Mijn adem werd wat rustiger. Een paar bekenden groetten me vriendelijk. Toen ik thuiskwam zette ik muziek op en de stem van Nina Simone schalde uit de boxen. Ik begon mijn kamer op te ruimen. Plots voelde ik een zweem van kracht, een beetje vrolijkheid. Ik zette thee.

Mijn gevoeligheid maakt ’t me soms knap lastig. Mijn gedachten laten zich niet makkelijk afleiden. En praten kost veel energie. Daarom is het zo goed om de focus even te verleggen. Televisie doet dan voor mij te weinig, maar even naar het winkelcentrum lopen is net genoeg om op andere gedachten te komen.

 

woman-1912433_1280

 

Schouderklopje

Ik heb al veel blogs gewijd aan sociale angst. Ik hoop dat mensen met andere angsten zich er ook in kunnen herkennen. Het is namelijk een zelfde vijand, die angst. Een zelfde vijand in een andere vorm. Of moet ik vriend zeggen? Toen ik begon met bloggen voor deze site, schreef ik een blog die ik ‘Angst: vriend of vijand?’ titelde. Eerlijk gezegd is het volledig beschouwen van angst als een vriend voor mij nog steeds te hoog gegrepen.

Het is zo’n vijand die je steeds weer besluipt, zo’n geniepige achtervolger. Net als je denkt dat je ‘m kwijt bent, duikt ‘ie weer op. Ik heb af en toe dagen dat het even niet wil allemaal. Ik zit niet lekker in mijn vel en zie overal tegenop. Vandaag is zo’n dag. Ik bevind me de hele dag al in mijn gedachten. Mijn gedachten cirkelen steeds om mijn angst heen. Af en toe willen ze er doorheen en nemen ze vol goede moed een aanloopje om van zich af te meppen. Nu is het genoeg! Maar op het laatste moment deinzen ze toch weer terug, te bang voor de angst. Zo gaat het vandaag.

Zo gaat het trouwens op veel andere dagen niet, gelukkig. Meestal kan ik doen waar ik bang voor ben. Dan kom ik tot de kern van wat ik eigenlijk wíl doen. Dan kan ik de angst die daar vaak omheen zit uit de weg ruimen, of me er niets van aantrekken. Waarom toch zoveel angst? Het is deels een behept zijn met een genetische aanleg. Voor een ander deel zijn het misschien ook omgevingsfactoren, bepaalde gebeurtenissen die in je leven hebben plaatsgehad.

En die angst blijft maar. Soms word ik daar wat moedeloos van. Ik weet wel inmiddels dat ik veel last van angst heb doordat ik autisme heb. ‘Normale’ zaken, waar anderen niet eens over nadenken, bezorgen mij veel onrust. Een gesprekje bij de fietsenmaker, een borrel met bekenden, een begroeting op straat, een appje aan een vriend. Groot of klein; het zijn dingen waar ik uitvoerig over na moet denken. Het lijkt wel of mijn hersenen overuren draaien om het allemaal te kunnen bolwerken.

Laat ik dan één ding niet vergeten. Iets wat ik ook aan jullie wil meegeven. We doen zo ons best. Wij, angstige en dwangende mensen. We zullen steeds vaker doen waar we bang voor zijn en onze hersenen vullen met positieve ervaringen. Echt! Maar soms zijn de dagen een ware survivaltest. We slepen ons er toch doorheen. Een schouderklopje is daarom wel op z’n plaats, zeker als het allemaal even niet gaat.

 

beautiful-316287_1280

Gaan of niet gaan?

Er zitten veel gedachten in mijn hoofd. Onrustig loop ik heen en weer. Mijn denken leidt een eigen leven. Beelden van hoe het straks kan gaan, volgen elkaar op. Angstbeelden. Ik vorm een negatieve toekomst in mijn hoofd. Het piekeren gaat maar door. Mijn ademhaling is snel en onregelmatig.

Iedereen kent het wel: je ziet ergens tegenop en je bedenkt van tevoren al wat er allemaal mis kan gaan. Daarbij voel je je bang, alsof je je in de situatie bevindt die je zo angstig maakt. En dit terwijl je gewoon thuis bent. Of waar dan ook. Er is niets om bang voor te zijn.

De één is bang voor sociale contacten, een ander voor de tandarts, een ander is bang om naar buiten te gaan. Honden, liften, spinnen. Iedereen is wel ergens bang voor. En als die angst je zo bepaalt dat je er heel veel last van hebt, heb je een angststoornis.

Ik ben nog steeds aan het ijsberen door mijn kamer. Mijn gedachten focussen volledig op het gesprek dat ik straks moet voeren. Stel je toch eens voor dat ik heel erg bloos! Dat ik zo erg bloos dat ik knal- en knalrood word als ik iets zeg. Ik voel de angst die ik op zo’n moment voel, en kan wel door de grond zakken. Kijk alsjeblieft niet naar mij! Mijn hart gaat tekeer. Ik krijg het steeds warmer. Ik kán dit gewoon niet! Weet je wat, ik blijf gewoon thuis, dan kan er ook niets gebeuren.

Dat lijkt op dit moment een goede oplossing. Wat heerlijk, ik hoef niets, ik ga wel een boek lezen! Geen mensen om me heen. Rust; wat een weldaad! Opluchting maakt zich van me meester. Ik kan weer een beetje ademhalen.

Maar dan begint het toch te knagen. Op deze manier kom ik geen steek verder, realiseer ik mij. Ik mis ook de leuke dingen, want het gesprek dat ik straks op school moet voeren, kan ook erg interessant zijn. Sterker nog; het is tot nu toe altijd interessant. En ik ben er ook altijd weer doorheen gekomen, met een tomatenhoofd of niet. Ik begin weer te sidderen. Te sidderen met tegelijkertijd een come-on-strijdkreet in mijn hoofd. Ik besluit mijn lijstje met overwinningsmuziek op te zetten. ‘Something inside so strong, I know that I can make it.’ Inderdaad, ik kan het wel! ‘We’re not gonna sit in silence, we’re not gonna live with fear.’

Mezelf aanmoedigend red ik het. Het gaat niet makkelijk, spreken met mensen is nooit makkelijk geweest. Maar ik doe het, ik zeg zelfs veel dingen in de groep, ook al voel ik dat ik bloos en wil ik weer even onzichtbaar zijn. Mensen reageren op wat ik zeg, en ik realiseer me dat ik iets bijgedragen heb. Voldaan keer ik na een interessant college huiswaarts. Nu maar lekker rusten, want ik ben doodmoe. Als ik niet was gegaan, had ik de hele avond thuis gezeten. Dat heb ik niet gedaan, ik heb m’n angst overwonnen. Dít is voor mezelf zorgen!

person-110303_1920

Laat je hoofd niet hangen

Soms moet je er even uit om tot jezelf te komen. Om niet vast te blijven zitten in je hoofd, maar om nieuwe gedachten en inzichten te vormen.

Zo begon vandaag weer op dezelfde manier als veel dagen de laatste tijd. Na lang geslapen te hebben, word ik wakker en heb eigenlijk geen zin om aan de dag te beginnen. In plaats van me meteen aan te kleden, ga ik computeren, hangen en theedrinken. Op zich best lekker voor een keer, maar het gebeurt te vaak. Veel van mijn activiteiten zijn ’s avonds, en in de ochtend ontbreekt het vaak aan structuur. Dat gehang kan mijn hele dag bepalen.

Een vrij weekend ligt voor me. Ik heb genoeg te doen, maar beginnen lukt niet. Gordijnen dicht, terugtrekken en nadenken is wat ik doe. Ik vind het wel prettig, maar op een gegeven moment breekt het me op. Met moeite neem ik een douche en kleed me aan. Als ik de gordijnen aan het begin van de middag opendoe, zie ik dat de zon schijnt.

Met tegenzin ga ik naar buiten. Even wandelen maar, zal me misschien goed doen. Ik loop langs de GGZ-instelling waar ik vroeger kwam, en voel een diep gevoel van heimwee. Ik besluit nog een stuk verder te lopen, het moet maar.

Mijn blik richt zich op de grond, de zon verwarmt mijn gezicht. Mijn gedachten zijn wat dwars en negatief. Al luisterend naar de klanken van Johnny Cash, Bob Dylan en anderen op mijn iPod, wandel ik verder en versnel mijn pas iets. Het valt me op dat veel bomen een mooie kleur hebben, zo in de herfst. Er liggen bladeren op de grond waar ik doorheen slof. De lucht is fris.

Ik zie een kraai, ik zie het water in de sloot. Er loopt een hond langs me. Hij neemt een sprintje en zijn staart kwispelt vrolijk. Zijn baasje geeft hem iets lekkers. Dat hondje geniet er zichtbaar van om lekker buiten in het park te wandelen.

Dan realiseer ik me dat ik zoveel van mijn tijd besteed aan piekeren en negativiteit. En ik denk: wat zonde eigenlijk. Veel van mijn gedrag bestaat uit keuzes. Tot 10 uur in bed liggen is een keuze. Het kan ook anders. Ik kan zoveel meer uit mijn dagen halen als ik kies voor de positieve dingen en gedachten. Het is nog niet te laat, ik kan veranderen, hoe moeilijk ook.

Ik loop door en geniet van mijn wandeling. Mijn gedachten hebben structuur gevonden. Ik besluit als ik thuiskom aan de gang te gaan met een studieopdracht en vanavond iets leuks te doen.

Tel je zegeningen

Ik heb lieve familie en goede vrienden. Ik heb een lieve kat. Ik woon in een huis. Ik heb een bed om in te slapen. Ik heb eten, ik heb drinken. Ik heb boeken, cd’s, een computer, een tv. Ik heb kleren, stoelen, kasten, een wc, een douche en keuken. Ik kan sporten, ik kan zingen, ik heb een fiets en zelfs een auto. Ik heb mensen die om mij geven.

Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Vaak kijken we naar wat we niet hebben, of naar wat er niet goed gaat. Ik ben zo vaak moe, ik voel me niet goed, ik ben bang, ik ben verdrietig. Dat is ook heel naar natuurlijk. Ik wil mijn ongemakken en die van anderen niet bagatelliseren. Ik ben zelf door depressies gegaan, angsten, dwang, pijn. Ik weet wat het is om je zo rot te voelen dat je eigenlijk wilt dat alles ophoudt.

Misschien voel je je vaak heel alleen of word je gepest. Misschien denk je: ik heb helemaal geen vrienden. Misschien voelt het alsof niemand om je geeft. Je denkt dan niet aan wat je hebt. Je voelt alleen de pijn. Het leven kan zó moeilijk zijn.

En juist op die momenten, als je het gevoel hebt dat alles tegenzit, is het goed om stil te staan bij wat je wél hebt. Misschien kun je wel genieten van de natuur, van de bladeren aan de bomen die langzaamaan hun herfstkleuren veroveren. Van de zon die nu zo’n milde warmte geeft. Van de kastanjes in het bos. Van je bed waarin je ’s avonds lekker onder de dekens kunt kruipen, warm en geborgen. Van een mooi boek lezen. Van een lekker kopje thee.

Als ik me heel somber voel of heel erg bang ben, bedenk ik altijd een paar dingen. Simpele zinnetjes die mij troost geven: ik heb een huis, ik heb een bed. Zo vanzelfsprekend is dat niet! Vaak denken we er niet aan. Maar als we ons kunnen realiseren wat er is, wat we hebben en wat altijd zal blijven, breekt het licht voorzichtig door. Hoe donker het ook kan zijn.

Zomerdag

Mijn hoofd voelt zwaar, alsof mijn hersenen recentelijk ommuurd zijn door betonnen wanden. Gedachten blijven erin rondgaan, als korreltjes in een sambabal. Gevangen lege zinnen in een lichaam dat niet vooruit te branden is.

Dit is de situatie van vandaag. En ook wel van eerdere dagen, maar laten we het verdere verleden even buiten beschouwing laten. De zon scheen vandaag, vrij uitbundig. De mensen die ik heb gezien waren ook redelijk uitbundig. Ikzelf was verre van uitbundig. Eerder inbundig, als dat een woord is.

Mijn pogingen om iets te doen strandden de eerste helft van de dag, en in plaats van te genieten van de zon verzandde ik in sloom gehang. Niets kon me echt boeien. Ik ben alleen geweest vandaag en op dit soort wat-heeft-het-allemaal-voor-zin-dagen vind ik het moeilijk om een contact aan te gaan.

Toch vroeg ik een vriendin voor een kopje thee, maar helaas kon ze niet. Toen ik even met mijn broer chatte, verscheen er een lichtpuntje in mijn tot dan toe donkere hoofd, maar helaas doofde dit ook snel weer uit.

Enige bewegingsdrang zorgde ervoor dat ik vanmiddag naar buiten ging en met muziek in mijn oren een wandeling maakte. Ik besloot al lopend een flinke ronde aan te gaan, onder het motto: een kleine uitdaging volbrengen geeft een goed gevoel. Zonder water of eten op zak wandelde ik een kilometer of zes. Het begin deed me goed, maar bij nader inzien had ik toch wat water mee moeten nemen op deze zomerdag.

Enigszins uitgeblust kwam ik thuis waar ik wat at en dronk. Moe ben ik op bed gaan liggen en zette een mooie cd op. Mijn gedachten waren wel degelijk wat lichter geworden, merkte ik nu. Toch goed: beweging.

Helaas duurde deze opleving ook weer niet lang. Het lijkt een beetje of de zon de laatste dagen al het stromende in mij opdroogt. Ik klaag niet graag, ik klaag ook nooit over het weer eigenlijk, maar afgelopen week merkte ik dat ik toch niet goed tegen de warmte kon.

Nu is het avond, nu zit ik in mijn kamer te schrijven, een sprankeltje vrolijker dan toen ik zo-even begon. Morgen is er weer een dag, een dag met nieuwe kansen. Maar ook vandaag is nog niet voorbij. Ik geloof dat ik nu maar gezellige lampjes aan ga doen, een kopje thee ga zetten en nog een mooi muziekje luister. Omdat dat kan, en daar ben ik echt wel dankbaar voor.

Zorgen om iets dierbaars

Schrijven helpt vaak om spanning te reduceren. Als je de dingen waar je over nadenkt op papier zet, zijn ze (voor een deel) uit je hoofd. Papier, al dan niet digitaal, is een soort gesprekspartner die je een spiegel voorhoudt. Een gesprekspartner die alles in zich opneemt en niet oordeelt. Het kan heel fijn zijn om ongelimiteerd je gedachten te uiten. Het papier luistert wel.

De reden dat ik nu schrijf, is dat ik veel spanning en angst voel en me zorgen maak. Lastige gevoelens dus. De bron hiervan is mijn lieve kat, die weleens eerder in mijn blogs voorgekomen is. Ze heeft iets aan haar pootje en moet misschien geopereerd worden. De afgelopen week was een stressvolle week, zowel voor haar als voor mij. Twee keer naar de dierenarts. Mijn kat was zeer angstig. Ik vanbinnen ook. Ik probeerde rustig te blijven – voor haar – maar vanbinnen stormde het.

Ik vind het zo naar om haar te zien lijden. Ik wil het beste voor haar en houd ontzettend veel van haar. Ze is mijn huisgenoot en beste kameraadje. Een huisdier is toch een soort kind van je, voor wie je goed wilt zorgen. Ik begrijp daardoor ook dat ouders soms heel bezorgd over hun kinderen kunnen zijn.

Alles wat er gebeurde afgelopen week zorgde dus voor veel spanning, en ook soms chaos in mijn hoofd. Wat er precies aan de hand was, was eerst niet duidelijk, en nu ook nog niet helemaal. Ik kan altijd moeilijk leven met onduidelijkheid. Ik wil precies weten waar ik aan toe ben. Na het eerste dierenartsbezoek knakte er iets in me. Ineens kwam er ook een hoop spanning van andere dingen van de laatste tijd uit. Emoties kwamen omhoog en ik zag het even niet meer zitten. Mijn kat hinkte door de kamer, een naar gezicht. Gelukkig kwam mijn woonbegeleidster die middag langs. We hebben het één en ander gestructureerd met een soort schema en een tijdje gepraat. Me uiten bij iemand die ik vertrouw helpt ook om de spanning te reduceren. Met het schema had ik duidelijk hoe ik voor mijn kat moest zorgen. Meer kón ik ook niet. Dat gaf wat rust. Na het gesprek was ik een ander mens.

Toch spoken de zorgen door mijn hoofd. De angst voor haar lijden is er, en daaronder ligt nog een angst: de angst om haar te verliezen. Ook al weet ik dat dit geen rationeel en gegrond gevoel is, want het is nog een jonge kat. Ze komt hier echt wel weer overheen, desnoods dus door middel van een operatie. Maar toch… de angst is er. Ik ben steeds bezig met of het wel goed met haar gaat. Ook hier is het – zoals met zoveel dingen – weer belangrijk om niet te streng voor mezelf te zijn. Mijn begeleidster zei het ook al. Ik kan me steeds afvragen of ik het goed doe, maar ik doe wat ik kan. En wat ik kan is genoeg. Hopelijk wordt mijn kameraadje snel weer beter.

CAM00265